Zesjescultuur

    Martin Bakker
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    • 255
    Door Martin Bakker 500 dagen geleden Reacties (4)

     0/5 Sterren (0)

    Zesjescultuur

    Zandzakjes op de dijken

    Over hoe het CvE de klimaatverandering in het onderwijs met de  zesjescultuur probeert tegen te houden

     

    In onze moderne samenleving is “transparantie” de nieuwe norm. Banken, overheid, de sportwereld: allemaal putten ze zich uit in manmoedige pogingen hun klanten, burgers en fans “inzicht in het proces” te geven, zoals dat zo mooi heet. Uiteraard binnen bepaalde grenzen: een nieuw bankschandaal is, zonder dat we ervan weten, ongetwijfeld alweer in de maak. En ook bij de overheid raakt nog wel eens een bonnetje zoek. De sportwereld strijdt nog steeds fanatiek tegen de zevenkoppige draak die doping heet. En toch: luisterend naar het luid geroep van het publiek om meer openheid probéért men het tenminste. Wàt een schril contrast met die andere pijler onder onze beschaafde wereld: het onderwijs.

     

    Een paar clichés: een black box. Gesloten als een oester. Het verantwoordelijke ministerie kan de vergelijking met het Kremlin op het punt van onderwijsbeleid moeiteloos doorstaan. En dan bedoel ik vooral het beleid rondom eindexamen voortgezet onderwijs. Een  in zichzelf besloten wereld, waar je slechts heel moeilijk een vinger achter krijgt.

    Enerzijds begrijpelijk, omdat de eindexamennorm, die het uiteindelijke eindcijfer bepaalt van elke leerling, een soort “geheim!” is. Anderzijds is zo’n totaal gebrek aan transparantie, zeker in een maatschappij waarin openheid steeds gewoner wordt (gelukkig maar!), om woèst van te worden. Op de huidige manier ontbreekt, door die geheimzinnigheid, iedere “tucht van de markt”. Leerlingen, ouders, docenten, leidinggevenden, bestuurders en politici: niemand weet er het fijne van. Ik pleit hartstochtelijk voor meer openheid over de manier waarop het ministerie van Onderwijs omgaat met de belangen van jaarlijks honderdduizenden middelbare scholieren.

     

    Gevangen in de matrix

    De interesse voor deze materie (donkere materie, de metafoor ligt voor de hand) was er al heel lang, maar werd aangewakkerd op het moment dat staatssecretaris Sander Dekker voor het eerst de uitspraak deed dat: “hij graag van de zesjescultuur af wilde”. Hij heeft het vele malen herhaald. Deze eerste uitspraak viel samen met het moment dat een collega mij een overzicht van de eindexamencijfers havo en vwo liet zien van de afgelopen jaren (sinds de start van de zogenaamde tweede fase). Het Cito publiceert deze cijfers elk jaar. Wat bleek? De vakken hadden van jaar tot jaar ongeveer hetzelfde landelijk gemiddelde cijfer, net iets boven de zes.

    Hier een klein overzicht van havo en vwo, elk voor het laagst en hoogst scorende vak*.

     

    nivo/vak

    2005

    2006

    2007

    2008

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    2015

    gem.

    havo

    duits

    6

    5.8

    5.7

    5.8

    5.7

    5.9

    5.8

    5.9

    6.1

    6.0

    6.0

    5.9

    havo natuurkunde

    6.3

    6.4

    6.3

    6.5

    6.4

    6.2

    6.2

    6.7

    6.6

    6.2

    6.4

    6.4

    VWO

    duits

    6.3

    6.3

    6

    5.9

    5.9

    5.8

    6

    6.1

    6.3

    6.1

    6.3

    6.1

    VWO

    scheikunde

    6.5

    6.5

    6.3

    6.4

    6.5

    6.4

    6.5

    6.6

    6.9

    6.8

    6.9

    6.6

     

    *minder gangbare vakken buiten beschouwing gelaten

    Nu kan het natuurlijk zijn dat onze leerlingen gewoon niet meer waard zijn, dus vrij matig in exacte vakken en “scheisse” in Duits, maar dat geloof ik niet. Al die zesjes zijn op één of andere manier een beleidslijn, is de vaste overtuiging van heel veel onderwijsprofessionals. Hoe zit dat precies?

    Het lijkt mij hiermee aannemelijk dat de eindexamencijfers in grote lijnen vooraf zijn vastgesteld. Blijkt een examen hogere resultaten te scoren, dan wordt door de voor de examens verantwoordelijke instantie, het College voor Toetsen en Examens (CvE), aangenomen dat de eindtoets te makkelijk was en wordt het cijfer naar beneden gecorrigeerd. Bij een lager cijfer is het precies andersom. Zolang het eindresultaat maar ergens rond de zes zweeft. Eigenlijk nog logisch ook, want hoe denkt het CvE nou te kunnen weten wat het juiste cijfer is? Daar heb ik geen snippertje informatie over kunnen vinden.

     

    Uiteraard ga je zo’n duister vermoeden niet meteen van de daken schreeuwen. Toen ik het bovengenoemde besef voor het eerst helder kreeg, heb ik het gedeeld met collega’s, , familie, vrienden en kennissen. De lerarenkamer en de borreltafel (echt twee zeer verschillende werelden, wat de volksmond daarover soms ook mag beweren). Ik merkte dat ze moeite hadden om het te geloven. Dit kan toch niet waar zijn? En misschien ervaart u hetzelfde.

     

    Niet relativeren!

    “Nou en?” Helaas, het gaat hier nou net om iets dat we beslist niet moeten relativeren of onder het tapijt stoppen –de pavlovreflex van het gros van onze onderwijsbestuurders. Het gaat hier namelijk om een probleem met grote gevolgen. Gevolgen die de kwaliteit van ons onderwijs onnodig laag houden. Want wat zìjn die gevolgen van deze strakke eindexamennorm?

    Laat ik beginnen met de schoolexamens. U weet het nog wel: het eindcijfer is voor 50% bepaald door het schoolexamen en voor 50% door het centrale examen. En dit moet u ook weten: de onderwijsinspectie ziet er op toe dat het verschil tussen school- en eindexamencijfer niet meer dan 0,5 punt bedraagt (ook in het nieuwe toezichtkader). Dat betekent dat scholen hun SE’s niet te hoog mogen becijferen, anders wordt het verschil met het eindexamen (CE)-cijfer te groot. En dan gaan er overal alarmbellen rinkelen!

     

    Scholen zijn met elkaar in concurrentie over dat SE- en CE-gemiddelde. De ene school zal erboven, de andere zal eronder zitten. Te lage gemiddelde eindexamenscores leidt tot een hoog percentage gezakten, een slechte naam en een slechte score in de lijstjes. En vermoedelijk hoef ik u daar niet op te wijzen: niet iedereen in Nederland heeft dezelfde achtergrond, gelijke kansen en niet elke school heeft hetzelfde publiek en dezelfde middelen. Het eindexamensysteem lijkt dus in het nadeel te werken van minder kansrijke groepen in onze samenleving.

     

    Onderwijs 2032

    Docenten worden uitgedaagd om onderwijs te geven zoals is verwoord in de nota “Onderwijs 2032”. Verschillen tussen leerlingen recht doen, excellente leerlingen uitdagen, onderwijs geven dat van deze tijd is en waar leerlingen in de toekomst wat aan hebben. Dat vergt nogal wat moed, want dat betekent dat een docent bij het schoolexamen andere dingen zou moeten doen dan datgene waarop bij het eindexamen getest wordt. En scoren de leerlingen bij zo’n nieuwe aanpak dan nog wel goed op het eindexamen, waar vaardigheden als leesvaardigheid en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid nog steeds de boventoon voeren? En o wee: als excellente leerlingen (die zijn er zeker!) laten zien wat ze kunnen, dan gaan er natuurlijk ook wel eens negens of tienen vallen! Geen keurig maaiveld van zesjes meer, maar een slordig ogend akkertje van hoge en lage cijfers. Dan stijgt het gemiddelde cijfer naar voor de onaanvaardbare hoogte. Of je moet gewone “gemiddelde” leerlingen een onvoldoende gaan geven. Dat durft dus geen docent aan en het zou een zeer ongewenste ontwikkeling zijn.

     

    Hebben de docenten dan geen invloed op de examens? Natuurlijk wel. De examens worden gemaakt door een aantal docenten, die in deeltijd daaraan werken. En die examens zijn inhoudelijk sterk, al toetsen ze vaak slechts een beperkt deel van het vak. Echter: deze docenten bepalen niet de cijfergemiddelden en de examennorm. Dàt doet het College voor Toetsen en Examens. En ook de vorm staat vast: een schriftelijke toets.

    Het gevolg hiervan is dat docenten zich al jarenlang, vooral bij het eindexamen, voelen als een machine die het kunstje van iemand anders uitvoert. Ze hebben geen eigen inbreng en geen vrijheid om in de schoolexamens het onderwijs van de toekomst vorm te geven. Eén van de redenen waarom het beroep van docent niet als aantrekkelijk wordt ervaren.

     

    De conclusie kan niet anders luiden dan dat de zesjescultuur een maaksel is van bovenaf, uitgevoerd door Sander Dekkers eigen College voor Toetsen en Examens. Wil het onderwijs van 2032 of eerder daadwerkelijk het beste uit leerlingen halen, dan moet er iets fundamenteels veranderen in de eindexamens. Misschien een idee om de docenten weer eens wat meer ruimte en vertrouwen te schenken? Daarvoor moeten we dan niet bij het CvE zijn; dat voert alleen het bestaande beleid uit: door zandzakjes vol zessen op de dijken te leggen probeert het CvE wanhopig en tevergeefs de klimaatverandering in ons onderwijs tegen te houden. Over dat beleid en beleidsverandering gaat Sander Dekker zelf. Toch vreemd dat hij niet naar zichzelf luistert.

     

     

    Martin Bakker,

    docent aardrijkskunde

    29 mei 2016

     

     

     

     

     

     

     

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Clarinus Nauta
        Clarinus Nauta 337 dagen geleden

        Helaas uploaden werkt niet.

        Probeer andere keer opnieuw.

        Clarinus Nauta

        genomineerde www.geografie.nl/stemmen

        • Clarinus Nauta
          Clarinus Nauta 337 dagen geleden

           

          College voor toetsing en examens.

          p/a Postbus 315 3500 AH Utrecht

          Deze brief is verstuurd als e-mail.

           

           

          Geacht College voor Toetsing en examens,                            Nijverdal 14 juli 2016

           

          Onlangs hadden wij in Oost-Nederland een bijeenkomst van Aardrijkskunde leraren.

          Namens hen schrijf ik u deze brief.

           

          Wij snappen niet waarom Aardrijkskunde op het CE zowel op de HAVO als op het VWO gemiddeld zo laag scoort. In de bijlage treft u een overzicht aan van alle CE cijfers.

           

          De effecten van de lage CE cijfers zijn groot op school. Enkele effecten zijn:

          • Men kiest minder gauw Aardrijkskunde omdat voor Aardrijkskunde het heel moeilijk is om een compensatiepunt te verdienen. Een vak als Economie (VWO); Filosofie (VWO) of Maatschappijwetenschappen (VWO) scoort gemiddeld veel hoger.
          • Het demotiveert Aardrijkskunde collega’s. Ondanks hard werken en goede leerlingen zal er gemiddeld door Aardrijkskunde leerlingen een gemiddeld laag cijfer worden gescoord.

          Ondergetekende heeft jarenlang meegedraaid in het maken van VWO examenvragen. Daarnaast jarenlang op school vragen getest die mogelijkerwijs in de toekomst zouden worden opgenomen in de examens. De zogenaamde ijkvragen.

           

          Onze vraag luidt dan ook:

          Zou u ons willen uitleggen waarom Aardrijkskunde zowel op de havo als ook op het VWO gemiddeld zo laag wordt neergezet.

          Ik zal uw antwoord doorsturen naar mijn collega’s,

           

          Met vriendelijke groet,

          1. Nauta

          Docent Aardrijkskunde

          CSG Reggesteyn

          • Clarinus Nauta
            Clarinus Nauta 337 dagen geleden

            Al veel jaren maken Aardrijkskunde collega's zich terecht boos om de lage cijfers voor Aardrijkskunde. Daarom heb ik bijgaande spreadsheet gemaakt. Martin Bakker weet hier van en heeft ook uit deze cijfers met mijn toestemming geput. Nu naar jaren stil actievoeren kom ik uit de kast. Het kan zo niet langer. Lees zo mijn volgende verhaal bij mijn brief aan het CvTE.
            Clarinus Nauta
            www.clarinusnauta.nl
            www.geografie.nl/stemmen (ik ben namelijk genomineerd. kans om t.z.t. in Den Haag dit aan de orde te stellen met de staatssecretaris?)

            nb. ik krijg het uploaden niet voor elkaar. Ik probeer morgen opnieuw.

            • Erika Jansen
              Erika Jansen 499 dagen geleden

              Eens!!

            Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers